Je kat is te dik als je de ribben niet makkelijk voelt onder een dun vetlaagje, je van bovenaf geen taille ziet en de buik van opzij hangt of uitpuilt. Het getal op de weegschaal helpt, maar geeft op zichzelf geen antwoord: 5 kg is een gezond gewicht voor een grote, stevig gebouwde kater en duidelijk te veel voor een kleine poes. Dierenartsen gebruiken daarom een conditiescore (body condition score, BCS), en die check kun je thuis in minder dan een minuut zelf leren doen.
Het korte antwoord
- Gebruik de conditiescore op een schaal van 9: 4 tot 5 is ideaal, 6 tot 7 is overgewicht, 8 tot 9 is obesitas.
- Elk punt boven de 5 betekent ongeveer 10% meer gewicht dan ideaal. Een kat met BCS 7 draagt zo'n 20% te veel mee.
- Is 5 kg te veel voor een kat? Voor een gemiddelde Europese korthaar zit 5 kg aan de bovenkant van normaal. Of het gezond is, hangt af van de bouw en de conditiescore, niet van het getal.
- Laat je kat langzaam afvallen: ongeveer 0,5 tot 1% van het lichaamsgewicht per week, met een plan van je dierenarts.
- Laat een kat nooit hongeren om af te vallen. Een kat die stopt met eten kan leververvetting (hepatische lipidose) krijgen, en dat kan levensbedreigend zijn.
- Weeg elke 2 tot 4 weken op dezelfde weegschaal en houd het bij, zodat je de trend ziet.
Zo controleer je thuis de conditie van je kat
Doe dit als je kat ontspannen is, het liefst op tafel of op schoot. Langharige katten verbergen vet goed, dus vertrouw meer op je handen dan op je ogen.
- Ribben. Leg je vlakke handen aan beide kanten tegen de borstkas en beweeg ze zachtjes. Bij een kat op ideaal gewicht voel je de ribben makkelijk, zoals de knokkels op de rug van je hand. Moet je drukken om ze te vinden, dan zit er te veel vet.
- Taille van bovenaf. Kijk van bovenaf naar je kat terwijl hij staat. Een kat in ideale conditie heeft achter de ribben een lichte insnoering. Een rechte of bolle lijn betekent overtollig vet.
- Buik van opzij. Ga op ooghoogte van je kat zitten. Een klein, zacht vetkussentje laag aan de buik (de primordiale buidel) is bij veel katten normaal en zwaait mee bij het lopen. Een buik die over de hele lengte rond en stevig is, is dat niet.
- Ruggengraat en heupen. Laat je vingers over de rug glijden. Je hoort de ruggengraat en de heupbotten te voelen onder een licht laagje, zonder dat ze scherp uitsteken.
- Vet op andere plekken. Vetophopingen op de onderrug, rond de staartbasis, in het gezicht en op de poten verschijnen bij hogere scores.
Noteer de score met de datum en het gewicht. Eén score is een momentopname; drie scores over twee maanden laten de richting zien.
Conditiescore kat: tabel van 1 tot 9
De schaal van 9 hieronder is de schaal uit de wereldwijde voedingsrichtlijnen van de WSAVA en wordt door de meeste dierenartsen gebruikt. Halve punten zijn prima als je kat tussen twee omschrijvingen in zit.
| Score | Categorie | Wat je voelt en ziet |
|---|---|---|
| 1 | Zeer mager | Ribben, ruggengraat en heupbotten zichtbaar bij een korthaar, geen voelbaar vet, sterk opgetrokken buik |
| 2 | Mager | Ribben goed zichtbaar, heel weinig spieren op de rug, duidelijke taille en opgetrokken buik |
| 3 | Te licht | Ribben makkelijk voelbaar met bijna geen vet erover, duidelijke taille, heel weinig buikvet |
| 4 | Ideaal, slank | Ribben makkelijk voelbaar onder een dun vetlaagje, duidelijke taille, minimaal buikvet |
| 5 | Ideaal | Goed geproportioneerd, ribben voelbaar onder een dun vetlaagje, taille zichtbaar achter de ribben, klein vetkussentje aan de buik |
| 6 | Overgewicht | Ribben met enige moeite voelbaar onder een matige vetlaag, taille moeilijk te zien, buik rond |
| 7 | Overgewicht | Ribben moeilijk voelbaar onder het vet, geen taille, ronde buik met een matig vetkussen |
| 8 | Obesitas | Ribben niet voelbaar onder een dikke vetlaag, geen taille, duidelijk ronde buik, vet op de onderrug |
| 9 | Ernstige obesitas | Dikke vetlaag over ribben, rug, gezicht en poten, opgezette buik, kat kan zich moeilijk wassen |
Scoort je kat 3 of lager, dan is het probleem juist omgekeerd en is een bezoek aan de dierenarts nodig, want onverklaard gewichtsverlies bij katten heeft vaak een medische oorzaak. In onze gids over tekenen dat je kat ziek is lees je waar je nog meer op let.
Lees ookEerste keer naar de dierenarts met je pup of kitten: wanneer, wat er gebeurt en wat je meeneemtIs 5 kg normaal voor een kat?
Dit is een van de meest gestelde vragen van kattenbaasjes, en het eerlijke antwoord is: dat hangt van de kat af. De meeste volwassen huiskatten wegen tussen 3,5 en 5 kg, dus 5 kg zit aan de bovenkant van het gangbare bereik. Voor een grote Europese korthaar-kater of een Britse korthaar kan 5 kg ideaal zijn. Voor een kleine, fijngebouwde poes kan diezelfde 5 kg een score van 7 betekenen.
Het ras telt nog zwaarder mee. Een Maine Coon of Noorse boskat kan bij 7 kg of meer nog slank zijn, terwijl een Siamees of Devon Rex van 5 kg meestal te zwaar is. Onze gewichtstabel voor katten per ras geeft gezonde marges voor volwassen katten van 17 rassen. Gebruik die als richtlijn en beslis daarna op basis van de conditiescore.
Zo schat je het ideale gewicht van je kat
Omdat elk punt boven de 5 op de schaal van 9 ongeveer 10% bovenop het ideale gewicht zet, kun je het streefgewicht grof inschatten. Deel het huidige gewicht door de factor die bij de score van je kat hoort. Je dierenarts stelt het doel na onderzoek bij, vooral bij katten die spiermassa hebben verloren.
| Conditiescore | Geschat overgewicht | Deel huidig gewicht door | Voorbeeld: kat van 6 kg |
|---|---|---|---|
| 5 | geen | 1,0 | 6,0 kg is ideaal |
| 6 | ongeveer 10% | 1,1 | ideaal ongeveer 5,5 kg |
| 7 | ongeveer 20% | 1,2 | ideaal ongeveer 5,0 kg |
| 8 | ongeveer 30% | 1,3 | ideaal ongeveer 4,6 kg |
| 9 | ongeveer 40% of meer | 1,4 | ideaal ongeveer 4,3 kg of minder |
In een veilig tempo van 0,5 tot 1% per week heeft een kat van 6 kg met BCS 7 enkele maanden nodig om rond de 5 kg uit te komen. Dat is normaal en veiliger dan sneller willen gaan.
Waarom overgewicht bij katten ertoe doet
Te dikke katten zien er zelden ziek uit, en daardoor sluipt het probleem er ongemerkt in. Extra vet wordt in verband gebracht met:
- Suikerziekte (diabetes mellitus). Obesitas is een van de sterkste risicofactoren voor diabetes bij katten. Zie diabetes bij kat en hond: symptomen en eerste signalen.
- Artrose en gewrichtspijn. Zwaardere katten springen en spelen minder, en komen daardoor nog meer aan.
- Problemen met wassen. Katten die niet meer bij hun rug en achterwerk kunnen, krijgen klitten, roos en een vuil achterwerk.
- Urinewegproblemen. Te zware, weinig actieve binnenkatten hebben vaker last van problemen aan de lagere urinewegen.
- Risico op leververvetting. Katten met obesitas die plotseling stoppen met eten lopen het grootste risico op hepatische lipidose.
Castratie of sterilisatie, een leven binnenshuis, onbeperkt droogvoer en ouder worden maken gewichtstoename allemaal waarschijnlijker. Geen van die factoren maakt het onvermijdelijk.
Zo laat je een te dikke kat veilig afvallen
Begin met een bezoek aan de dierenarts voordat je iets verandert. Je dierenarts bevestigt de score, controleert op problemen zoals artrose of diabetes die het plan veranderen, en berekent een dagelijkse hoeveelheid calorieën op basis van het ideale gewicht in plaats van het huidige.
- Weeg het voer af in grammen. Gebruik een keukenweegschaal, geen maatbeker. Kleine afwijkingen bij droogvoer lopen voor een kat op tot grote verschillen in calorieën. In onze gids over hoeveel voer je hond of kat nodig heeft lees je hoe je calorieën omrekent naar grammen.
- Geef maaltijden, geen volle bak. Verdeel de dagelijkse hoeveelheid over meerdere kleine maaltijden. Bij onbeperkt voeren is portiecontrole bijna onmogelijk.
- Tel de snoepjes mee. Snoepjes blijven onder 10% van de dagelijkse calorieën en gaan van het dagrantsoen af, niet erbovenop.
- Overweeg een dieetvoer. Je dierenarts kan een voer adviseren dat speciaal is gemaakt om af te vallen, zodat je kat genoeg eiwit en voedingsstoffen binnenkrijgt met minder calorieën.
- Laat je kat werken voor zijn eten. Puzzelfeeders, voerballen en porties verstopt door het huis vertragen het eten en zorgen voor beweging.
- Speel elke dag. Twee of drie korte sessies met een hengel, van zo'n 5 tot 10 minuten, zijn voor de meeste katten haalbaarder dan één lange.
- Zorg dat er altijd water is. Natvoer en vers water helpen, en het drinkgedrag is het volgen waard. Zie hoeveel water een kat moet drinken.
- Weeg en scoor regelmatig. Weeg elke 2 tot 4 weken op dezelfde weegschaal en op hetzelfde tijdstip, en pas het plan samen met je dierenarts aan als het afvallen stokt of te snel gaat.
Heb je meerdere katten, voer de kat op dieet dan in een aparte ruimte of gebruik een voerbak met chipherkenning. Anders eet de slankste kat vaak minder en eet de zwaarste voor twee.
Houd het gewicht van je kat bij in PetVitals. Leg elke weging vast met de datum, zie de trend in een grafiek en stel een herinnering in voor de volgende check, zodat langzame, veilige vooruitgang zichtbaar blijft.
Fouten die je beter vermijdt
- Crashdiëten of vasten. Verminder het voer nooit drastisch en sla geen dagen over. Katten hebben een regelmatige inname nodig.
- Van de ene op de andere dag van voer wisselen. Meng het nieuwe voer geleidelijk door het oude, verspreid over ongeveer een week, om maagklachten en weigeren te voorkomen.
- Eén keer wegen en gokken. Losse wegingen misleiden. Het gaat om de trend over weken.
- Spiermassa vergeten. Oudere katten kunnen spieren verliezen terwijl het vet blijft, waardoor het gewicht stabiel lijkt terwijl de conditie achteruitgaat. Seniorkatten hebben nauwere opvolging nodig, zoals je leest in onze gids over hondenjaren en kattenjaren omrekenen naar mensenjaren.
Wanneer bel je de dierenarts?
Maak een afspraak als je kat 6 of hoger scoort, al maanden geleidelijk aankomt of als je niet zeker weet hoe je moet scoren. Regelmatige controles vangen gewichtsveranderingen vroeg op; zie hoe vaak een kat naar de dierenarts moet.
Bel je dierenarts nog dezelfde dag als:
- een te dikke kat langer dan 24 uur weinig of niets heeft gegeten;
- je kat snel afvalt zonder dieet, of op dieet meer dan ongeveer 1% van het lichaamsgewicht per week verliest;
- je kat veel meer drinkt en plast dan normaal;
- je geel tandvlees of een gele binnenkant van de oren ziet, of je kat braakt of plotseling sloom is.
Gewichtsproblemen bij katten komen veel voor en zijn goed aan te pakken. Een duidelijke score, afgewogen voer en een gewichtslogboek dat je bijhoudt zijn meestal genoeg om een kat weer op een gezond gewicht te krijgen.